Hoe implementeer je een interfederaal plan in de lokale werking?
Het is juni 2026 en we bevinden ons in De Kluizerij voor de tweede editie van de WhoCares? Summer Academy. Vanuit onze overtuiging dat we grote uitdagingen in zorg en welzijn samen aan te pakken hebben, brachten we een kleine groep veranderaars samen, vanuit praktijk, beleid en onderzoek. Twee dagen lang bogen we ons over de vraag: “Hoe bouw je van onderuit aan silo-doorbrekende veranderingen wanneer regelgeving, financiering en organisatielogica (nog) niet meebewegen?”
Elke deelnemer bracht een voorbeeld uit de eigen realiteit mee. In deze reeks lichten we er enkele cases uit, om ook jou te tonen hoe het samen werken aan transities er kan uitzien in de praktijk. Nieuwsgierig? Lees ook de andere artikels in deze reeks.
1 oktober 2026


Het is juni 2026 en we bevinden ons in De Kluizerij voor de tweede editie van de WhoCares? Summer Academy. Vanuit onze overtuiging dat we grote uitdagingen in zorg en welzijn samen aan te pakken hebben, brachten we een kleine groep veranderaars samen, vanuit praktijk, beleid en onderzoek. Twee dagen lang bogen we ons over de vraag: “Hoe bouw je van onderuit aan silo-doorbrekende veranderingen wanneer regelgeving, financiering en organisatielogica (nog) niet meebewegen?”
Elke deelnemer bracht een voorbeeld uit de eigen realiteit mee. In deze reeks lichten we er enkele cases uit, om ook jou te tonen hoe het samen werken aan transities er kan uitzien in de praktijk. Nieuwsgierig? Lees ook de andere artikels in deze reeks.
1 oktober 2026
De best mogelijke start voor elk kind
In de nasleep van de tweedaagse Summer Academy spreken we met Jolien Noens, stafmedewerker bij Eerstelijnszone Kemp en Duin. Net als haar collega’s uit andere ELZ, speelt Jolien een grote rol bij de implementatie van het interfederaal plan voor Geïntegreerde zorg in haar eigen regio. Momenteel krijgen ze daarbij nog ondersteuning van een implementatiecoach. Voor Limburg is dat onze eigenste Marleen Dethier. WhoCares?-collega Zohra Diouani neemt dezelfde rol op in Oost-Vlaanderen. Marie-Jeanne Schoofs geeft het programma mee vorm vanuit Opgroeien.
“Ongeacht waar zijn of haar wiegje staat.” Zo vat Jolien Noens het doel van het perinataal programma samen: elk kind gelijke kansen geven op de best mogelijke start. En omdat die start niet begint bij de geboorte, focust het programma op preventie tijdens de eerste 1000 dagen, die starten bij de conceptie.
Het perinataal programma is het eerste van drie interfederale programma’s die de komende jaren uitgerold zullen worden. WhoCares? had het genoegen om de totstandkoming te mogen begeleiden. Het programma is een uitzondering in deze reeks van silo-doorbrekende veranderingen van onderuit, in die zin dat het interfederaal plan (IFP) is uitgetekend op Vlaams en federaal niveau, en daardoor net wel een kader, financiering en organisatielogica van bovenaf aanreikt. De eerstelijnszones krijgen de opdracht om het IFP lokaal te implementeren. Exact hier zit de veranderuitdaging op het terrein.
Wat is het plan?
Het perinataal programma is in essentie een preventief detectieprogramma. Elke zwangere vrouw krijgt via een professional een vragenlijst aangeboden om haar bio-psychosociale situatie te screenen. Ze heeft zelf de keuze om hieraan mee te werken. Blijkt uit die vragenlijst dat er kwetsbaarheden zijn, dan kan de moeder al proactief hulp krijgen en moet ze niet wachten tot haar kind geboren is, of totdat de situatie later escaleert.
Die hulp verschilt afhankelijk van de antwoorden op de vragenlijst. Komt er één specifieke kwetsbaarheid naar voren, dan wordt de moeder gecontacteerd voor twee persoonlijke prenatale adviesgesprekken. Zijn er signalen van meerdere kwetsbaarheden, dan wordt de moeder ook bijgestaan door een zorgcoördinator, die de vrouw of het gezin een jaar lang begeleidt en extra doorverwijst waar nodig.
Jolien maakt hier een belangrijke kanttekening: “Heel veel hiervan gebeurt vandaag al”. Een zorgverlener die verontrusting opmerkt bij een kwetsbare zwangere vrouw, verwijst nu ook al door naar een collega. Wat verandert, is de standaardisering: élke vrouw wordt bevraagd, op dezelfde manier, en de antwoorden komen terecht in een gedeeld dossier in de Born in Belgium-tool, waar meerdere zorg- en hulpverleners in kunnen kijken.
Iedereen Born in Belgium
Hoewel de protocolakkoorden voor het IFP al in 2023 ondertekend werden, begon het project voor Eerstelijnszone Kemp en Duin in de zomer van 2025. In die periode ging ze voor het eerst in gesprek met Marleen. Omdat de context in elke provincie zo anders is, zochten de implementatiecoaches elk hun eigen manier om de lokale implementatie aan te pakken. Net als in de andere ELZ stelde Marleen en haar team ook in Limburg een werkgroep samen. De werkgroep bestaat uit mensen van ELZ Kemp en Duin én van het aangrenzende ELZ Maasland, omwille van het werkingsgebied van het ziekenhuis. Hun eerste samenkomst was in het najaar van 2025.
In eerste instantie werd iedereen in die werkgroep grondig geïnformeerd. Alle kernpartners moest begrijpen wat het programma is, om van daaruit samen te bekijken of alle juiste mensen rond de tafel zitten. Die partners zijn ziekenhuizen, Huis van het Kind, vroedkundigen, huisartsen en Kind en Gezin. In een latere fase volgt een vertaalslag naar de brede achterban, wordt het volledige zorgnetwerk rond zwangere moeders in kaart gebracht en gaat elke partner aan de slag met de Born in Belgium-tool.
Vandaag staat de werkgroep op het punt om aan de effectieve implementatie te beginnen. Concreet gaat het om screenings opstarten, het programma uitrollen en daarna evalueren en bijsturen. “En dat is nog maar een eerste stukje”, zegt Jolien. “Wat volgt is verduurzamen en breder trekken via het olievlekprincipe. We starten met pioniers, en proberen van daaruit steeds meer screeners en doorverwijzers mee te krijgen”.
Een transitie volgt twee curves
Wat bij Jolien het meest bleef hangen na de Summer Academy is het beeld van de transitiecurve (zie beeld hierboven). Dat schema, met een opbouwende en een afbouwende curve, hangt intussen aan de muur van haar kantoor. “Eigenlijk heel stom, maar die twee simpele lijnen deden me helemaal anders kijken naar wat we aan het doen zijn”.
Door op de curve aan te duiden in welke fase van de transitie het perinataal programma zich momenteel bevindt, werd zichtbaar hoe groot de afstand nog is tussen wat er nu is en hoe ze willen dat het er in de toekomst uitziet. “Er zal nog veel werk nodig zijn om die nieuwe praktijk duurzaam verankerd te krijgen.”
Spreek je vandaag bijvoorbeeld tien huisartsen aan, dan is de kans reëel dat de meesten nog niet van het programma gehoord hebben. Nochtans, in een ideale wereld zou iedereen die met een zwangere vrouw in contact komt de reflex hebben om te vragen of de vrouw in kwestie als gescreend is. De zorgraden hebben hun nood aan een grootschalige communicatiecampagne naar het brede publiek intussen gesignaleerd aan de overheid. To be continued, dus.
“We raken hier aan fundamenten”
Vooral de afbouwende curve bleek confronterend. “Dat is iets waarvan je denkt dat het vanzelf uitdooft”, zegt Jolien. “Maar we moeten ons er wel heel bewust van zijn dat we hier aan fundamenten raken”. Die bewustwording verandert de toon waarmee ze in gesprek gaan met zorgverleners. Het gaat om mensen die al tientallen jaren met hart en ziel voor hun patiënten zorgen. Je kan begrijpen dat het voor hen helemaal niet fijn is dat hun werk van bovenaf – tussen aanhalingstekens – bekritiseerd wordt, op basis van nieuw verworven inzichten.
Daarom is het in transitiewerk erg belangrijk om ook stapsgewijs aan verandering te werken vanuithet bestaande systeem. Want in het verleden heeft dat systeem waarschijnlijk wél veel goeds gedaan, of wist men simpelweg niet beter. Bestaande gewoonten en praktijken zonder meer omverwerpen, zou veel ervaren zorgverleners onrecht aandoen. Laat staan dat het het draagvlak ten goede komt.
Ook het uittekenen van het eigen ecosysteem maakte wat los bij Jolien. Wat eerst nog een blinde vlek was, werd nu blootgelegd. De zwangere vrouw zelf bijvoorbeeld, die mag nog meer aan het woord komen. Of patiëntenverenigingen en mutualiteiten. “Iemand wees erop dat bij vaststelling van een aangeboren aandoening, best al een hospitalisatieverzekering geregeld wordt. Zo’n tak hadden we totaal nog niet bekeken.”
“Maar goed, zodra we effectief op het terrein duiken en het plan in werkelijkheid brengen, gaan er nog heel wat zaken naar boven komen waar we onvoldoende rekening mee hebben gehouden.” Precies dit was de bedoeling van WhoCares? met de tweedaagse: even een stap achteruitzetten, door verschillende brillen naar het eigen veranderwerk kijken, leren van anderen en weer verdergaan.
We weten voor wie we het doen
Op de weg tussen beleid en praktijk liggen veel hindernissen en onduidelijkheden. Desondanks maakte de werkgroep in ELZ Kemp en Duin een duidelijke keuze: ze laten zich niet tegenhouden door wat nog onduidelijk is. De geselecteerde kernpartners zijn maar een stukje van het hele werkveld, maar ze moeten naar eigen zeggen ergens beginnen.
“We zijn er uiteindelijk maar gewoon aan begonnen. De hoop is dat mond-tot-mondreclame en het olievlekprincipe de rest doen, en dat er samen een gedeeld verhaal ontstaat. Dat vraagt tijd. Een jaar, twee jaar, zo lang als nodig”. De vraag aan het werkveld is natuurlijk ook groot. Alle zorgverleners wordt verwacht in grote of kleine mate hun werkwijze bijstellen. Wat extra overtuigingskracht geeft, is het doel telkens opnieuw hardop benoemen. “Als we dan uitspreken dat we het doen voor de mama’s, voor de jonge kindjes, voor de gezinnen … dat helpt wel.”
Bouw jij mee aan een gedeeld toekomstbeeld op zorg en welzijn?
Wil je met een van onze consultants bespreken hoe WhoCares? kan ondersteunen bij jouw silo-doorbrekende veranderambitie?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief, en ontvang elke maand een nieuwe dosis inspiratie in je inbox!
Geïntegreerde rouwzorg: meebewegen met verlies
Kleinschalig genormaliseerd wonen in woonzorgcentra: dilemma’s en mogelijkheden
Jouw wildcard voor de WhoCares? Summer Academy 2026
Praktische handvaten voor meer sociale innovatiekracht
Geïntegreerde zorg: het boek
Een sterker preventief gezondheidsbeleid in Vlaanderen en Brussel
Wie zorgt voor sterke netwerkorganisaties in zorg en welzijn?
Woonzorgcentrum? Schrijf je in voor het Tubbe-organisatiemodel!
Community Based Hospital: De toekomst voor regionale ziekenhuizen
Van huisartsenpraktijk naar interprofessioneel samenwerken
Waarom rouwbewustzijn een gamechanger is voor jouw woonzorgcentrum
Strategische beleidsplanning: meer dan een plan op papier
Verslag van de Socius trefdag 2024: Welzijn en cultuur onlosmakelijk verbonden?
Een aparte kijk op verandermanagement
Verandering in organisaties: Hechten en onthechten
Rouwsensitief leiderschap: de sleutel tot een veerkrachtige en warme zorginstelling
De eerste Summer Academy van WhoCares? – Netwerken in zorg en welzijn
Interim management in zorg en welzijn: leiderschap bij organisaties onder druk
Waarom tijd maken voor “Klassens Tid” in zorg en welzijn?
Rouw als bron van wijsheid op de werkvloer
Groepsprocessen en groepsdynamiek in zorg en welzijn: Samen sterker
Eerste Interfederaal Plan Geïntegreerde Zorg
Lezing door Damiaan Denys op de startconferentie van UPC Duffel
Sensitief leiderschap: stil kunnen staan om als leider weer vooruit te gaan
Blended hulpverlening in de GGZ
Zorg als fundament voor morgen: de inspiraties achter het Caruna-traject
Hoe een multidisciplinaire huisartsenpraktijk uitbouwen?
Het lichaam als kompas: emotionele intelligentie en leiderschap
Gedeeld werkgeverschap om tekort aan verpleegkundigen op te vangen
Coconuts: de kunst van waanzin
WhoCares?
coöperatieve vennootschap
Brussel:
Cellebroersstraat 16B – 1000 Brussel
Kantoor:
Maria Theresiastraat 123 – 3000 Leuven
WhoCares?
coöperatieve vennootschap
Brussel:
Cellebroersstraat 16B – 1000 Brussel
Kantoor:
Maria Theresiastraat 123 – 3000 Leuven